Indicatie antistolling bij atriumfibrilleren

De CHA2DS2-VASc is een score ter bepaling van het risico op een ischemisch cerebrovasculair incident (CVA of TIA) bij atriumfibrilleren.
De CHA2DS2-VASc wordt gebruikt om te bepalen of een persoon met atriumfibrilleren antistolling nodig heeft.

Scoretabel

  criterium   score
C Congestive Heart Failure or Left Ventriculair Dysfunction: hartfalen   Nee 0 Ja 1
H Hypertension: hypertensie wel of niet behandeld   Nee 0 Ja 1
A2 Age ≥ 75 years   Nee 0 Ja 2
D Diabetes Mellitus   Nee 0 Ja 1
S2 Stroke: Ischemisch CVA, TIA of Thromboembolie in de voorgeschiedenis   Nee 0 Ja 2
V Vascular Disease: hart-vaat-ziekte in de voorgeschiedenis   Nee 0 Ja 1
A Age 65 - 74 years   Nee 0 Ja 1
Sc Sex category   Man 0 Vrouw 1

 

Eén-jaars-risico op ischemisch CVA of TIA (bij 7329 patiënten)

score aantal patiënten risico % antistolling advies
0 1 0 geen
1 1230 1.3 overleg met patiënt (NHG standaard), cumarinederivaat of DOAC (ESC guideline)
2 1730 2.2 cumarinederivaat of DOAC
3 1718 3.2
4 1159 4.0
5 679 6.7
6 294 9.8
7 294 9.6
8 82 6.7
9 14 15.2

Cumarinederivaten en DOAC eerste keus

Cumarinederivaten zijn eerste keus bij antistolling bij atriumfibrilleren. Bij Non-Valvulair Atriumfibrilleren zijn Directe Orale Anti Coagulantia (DOACs) een gelijkwaardige keuze.

Cumarine derivaten (streefwaarde INR 2-3) verlagen het relatief risico op cerebrale ischemie met circa 60%. Het risico op een bloeding neemt toe met 0.3%.

Plaatjesaggregatieremmers matig alternatief

Acetylsalicylzuur (ASA) is minder effectief en geeft een bijna net zo groot bloedingsrisico.

Acetylsalicylzuur (80mg/dg) of carbasalaatcalcium (100mg/dg) verlaagt het risico op een ischemisch CVA of TIA met circa 20%. Het relatief risico op een ernstige bloeding stijgt 0.2%. Plaatjesaggregatieremmers beschermen wel tegen andere cardiovasculaire gebeurtenissen.